* Deze pagina is mede tot stand gekomen met tekst van Ton Kooyman uit de WekoWijzer en valt onder verantwoording van Peter.

ARTIKEL 45 Bijlage voorbeelden


Terug naar geopende artikel

Voorbeelden

  1. Leider "verspreekt" zich bij noemen van kaart in blinde.
    Spelverdeling
    Deler:
    Kwestb.:
    Soort:
    schoppen B854
    harten 10963
    ruiten 52
    klaver A32
     
    schoppen H93
    harten HB72
    ruiten 6
    klaver HVB64
    N
    W      O
    Z
    schoppen AV76
    harten V84
    ruiten 873
    klaver 1098
      schoppen 102
    harten A5
    ruiten AHVB1094
    klaver 75
     

    Zuid speelt 3 Sa.
    Eerste slag: West komt uit met klaverH en leider laat blinde de slag maken met klaverA.
    Tweede slag: Leider zegt "klaver 2". Blinde pakt klaver2 om te spelen en Oost klaver10.
    Zuid pakt ruitenA uit zijn hand maar stopt met deze handeling omdat hij ziet dat klaver2 in de blinde ligt en zegt: "Sorry, ik bedoel natuurlijk ruiten2".

    Afhandeling:
    De WL zal uit moeten zoeken of de leider ook maar een splitseconde van seconde heeft overwogen klaver2 te willen spelen en daarna van gedachten is veranderd naar ruiten2 of dat sprake is van concentratieverlies.
    Is van beide geen sprake dan mag klaver2 vervangen worden. Zoniet dan is klaver2 de gespeelde kaart. Art.45B.

    Verder zal de WL uit moeten zoeken of de handeling van de leider met ruiten A nu als een gespeelde kaart moet worden opgevat of niet. Art.45C2.
    Is de conclusie dat de handeling zover is gegaan zodat gesteld moet worden dat de kaart is gespeeld art.45C2 dan is het te laat om de onopzettelijke aanduiding te herstellen en blijft de klaver2 de gespeelde kaart. Leider mag nu wel zonder verdere rechtzetting ruitenA vervangen door een klaver kaart.
    Is de conclusie dat de kaart nog niet als gespeeld moet worden beschouwd dan mag de onopzettelijke aanduiding van klaver2 vervangen worden door ruiten2. Art.45C4b.
    De bijgespeelde klaver10 van Oost mag zonder verdere rechtzetting terug in de hand maar is wel OI voor de leider. Art.16D

    Opmerking:
    De moeilijkheid bij dit vraagstuk is het antwoordt op de vraag: "is er sprake van concentratieverlies". Het spreek voorzich dat geen bridger door zal willen gaan met het spelen van de klaver kleur, maar dat is nog geen rede om het spelen van klaver2 te wijzigingen in ruiten2.
    Zuid die na de uitkomst direct 9 slagen telt en geen mogelijkheid ziet voor overslagen en dan even niet goed oplet wat hij zegt en pas op een laat moment merkt dat klaver2 is gespeeld, maakt het voor de arbiter niet makkelijk.

  2. Het zelfde voorbeeld als in 1.
    Zuid speelt weer 3SA en West komt uit met klaverH.
    De leider neemt op tafel met het aas en zegt nu; "De 2". Blinde pakt nu klaver2 om te spelen en Oost klaver10.
    Zuid pakt ruitenA uit zijn hand maar stopt met deze handeling omdat hij ziet dat klaver2 in de blinde ligt en zegt: "Sorry, ik bedoel natuurlijk ruiten2".

    Afhandeling:
    "De 2" is een onvolledige aanduiding dus is niet art.45C4 van toepassing maar art.46B3.
    Leider noemt de hoogte van de kaart maar niet de kleur.
    Zie voor verdere uitwerking voorbeelden art.46B

  3. Het zelfde voorbeeld als in 1.
    Zuid speelt weer 3SA en West komt uit met klaverH.
    De leider neemt op tafel met het aas en zegt nu; "een klavertje".
    Verder gaat het hezelfde als in voorbeeld 1.
    Ook nu zitten we met een onvolledige aanduiding en is niet art.45 van toepassing maar art.46B2.
    Leider noemt de kleur maar niet de hoogte.
    Zie voor verdere uitwerking voorbeelden art.46B